Met deze steenlegging krijgt een familie die jarenlang deel uitmaakte van de Harlinger gemeenschap opnieuw een zichtbare plek in de stad.
De stenen liggen bij het laatste vrijwillig gekozen woonadres van de familie Goldsmid, die hier woonde van 1936 tot maart 1941.
Achter elke steen een verhaal
Tijdens de plechtigheid sprak initiatiefnemer Willard van Grootveld de aanwezigen toe. Hij verwees daarbij naar de tentoonstelling “Het gezicht achter de steen”, die hij samen met Sue Smeding vorig jaar maakte in het kader van de herdenking van 80 jaar Vrijheid. De tentoonstelling heeft één helder doel: laten zien dat achter elke Struikelsteen een mens schuilging. Een gezicht. Een verhaal. Een leven.
Twee namen die ontbraken
Veel van het voorbereidende werk was al verricht door de Projectgroep Struikelstenen van Oud Harlingen en het Centraal Comité ’45. Tijdens het doornemen van de lijsten met namen van Harlinger Joden viel het Willard van Grootveld echter op dat niet iedereen een Struikelsteen had gekregen. Tussen de namen bevonden zich ook mensen die hier ooit leefden en deel uitmaakten van de stad, maar van wie geen tastbare herinnering meer aanwezig was.
Na verder onderzoek bleven uiteindelijk twee namen over: Sara Goldsmit-Goedhart en Leonard Goldsmid.
Willard verdiepte zich vervolgens intensief in hun geschiedenis - een proces dat, zoals Sue Smeding het noemt, “rabbit holing” is. Wat begon als een zoektocht naar feiten groeide uit tot een uitgebreid document van negentig pagina’s. Belangrijker nog was dat het onderzoek de familie Goldsmid weer tot leven bracht en zichtbaar maakte wie zij waren, hoe zij in Harlingen woonden en werkten, en welke plek zij in de gemeenschap innamen.

Waar Struikelstenen vroeger vaak werden geplaatst bij het huis van waaruit mensen werden weggevoerd, gebeurt dat tegenwoordig meestal bij het laatste vrijwillig gekozen woonadres. Daarom is gekozen voor deze plek aan de Stationsweg 1, waar de familie Goldsmid woonde van 1936 tot maart 1941.
Na hun gedwongen vertrek uit Harlingen kwam het gezin uiteindelijk terecht in Amsterdam. Hun laatste adres was Pension Frank aan de Plantage Middenlaan, op de plek waar zich nu de ingang van het Nationaal Holocaustmuseum bevindt. Vlak naast de Joodse crèche, van waaruit onder meer Fred van Vliet naar Sneek werd gesmokkeld, en recht tegenover de Hollandsche Schouwburg, waar duizenden Joden werden samengebracht voordat zij werden gedeporteerd.
Een leven in Harlingen
De familie kwam in 1912 naar Harlingen en vestigde zich nabij de synagoge in de Raamstraat. Leonard werkte als leraar godsdienst en Hebreeuws en trad in 1919 in dienst bij de gemeente Harlingen. Daar werkte hij zich op tot commies ter secretarie en ambtenaar van de burgerlijke stand. Het gezin bouwde hier een bestaan op en maakte bijna dertig jaar lang deel uit van de stad.
Gedwongen vertrek en vervolging
Aan dat leven kwam een abrupt einde in 1940, toen Leonard als gevolg van anti-Joodse maatregelen werd ontslagen. Niet lang daarna werd het gezin gedwongen Harlingen te verlaten. Via Tiel kwamen zij in Amsterdam terecht, waar zij verbleven in verschillende pensions. Hun laatste adres was Pension Frank aan de Plantage Middenlaan, op de plek waar zich nu de ingang van het Nationaal Holocaustmuseum bevindt.
Het gezin Goldsmid werd uiteindelijk vermoord in Auschwitz: zoon Maurits (26) op 23 november 1942, dochter Mietje (30) op 21 januari 1943 en Sara (58) en Leonard (57) op 12 februari 1943.
Een plek in de stad
Met het plaatsen van de Struikelstenen krijgen Sara en Leonard Goldsmid hun naam en hun verhaal terug in het straatbeeld van Harlingen. Een kleine, maar betekenisvolle herinnering die voorbijgangers uitnodigt om stil te staan bij de levens die hier ooit werden geleefd.
- De familie Goldsmid is inmiddels ook toegevoegd aan de tentoonstelling “Het gezicht achter de steen”, die nog tot en met 10 mei te zien is in het Hannemahuis.









