“Net als bij de oorspronkelijke vergunning van 10 jaar geleden is er voor de stad Harlingen en zijn inwoners niets geregeld”, stelt woordvoerder Jarig Langhout van de stichting. “Wij hebben nu 10 jaar de koninklijke weg van overleg en dialoog bewandeld, vanuit de overtuiging dat economie en veiligheid hand in hand kunnen gaan. Maar uiteindelijk wordt er niet geluisterd. De mammoettanker, die de overheid is, blijft stug dezelfde koers varen. Een hard gelag.”
Bodemdaling en scheefstand
De stichting vindt het onaanvaardbaar dat de grens van 2 centimeter bodemdaling nu honderden meters verder onder de stad mag komen te liggen dan oorspronkelijk was vergund. “En over scheefstand wordt al helemaal gezwegen. Harlingen ligt precies op de rand van de bodemdalingskom. De rand wordt vaak beschouwd als de meest risicovolle plek. De veiligheid van de Harlingers en hun stad wordt genegeerd, terwijl die de hoogste prioriteit zou moeten krijgen.”
Dialoog
De Stichting werkt binnen de ‘Pilot Harlingen’ samen met Frisia Zout, gemeente, provincie en Wetterskip om de zoutwinning veilig en verantwoord te laten verlopen. In 2019 werd een Samenwerkingsovereenkomst gesloten. Die bevat harde grenswaarden voor scheefstelling en bodemdaling. “De staatsecretaris neemt die niet over, net zo min als criteria die we gezamenlijk hebben vastgesteld vanuit het ‘hand aan de kraan’-principe voor de stad. Het aanvullend meetnet, dat in het historische centrum van de stad is aangelegd, wordt genegeerd.”
Ontzorgen burgers
“Het ministerie weet heel goed dat we als partners van de Pilot Harlingen werken aan omgekeerde bewijslast naar analogie van Groningen”, zegt de stichting. “Uitgangspunt daarbij is ‘Eerst betalen, dan verhalen’ zodat onverhoopte schade snel, robuust en ruimhartig wordt vergoed. Toch verwijst de staatssecretaris in zijn besluit voor eventuele schade naar de landelijke Commissie Mijnbouwschade. Die moet gedupeerden naar eigen zeggen echter met een financieel kluitje in het riet sturen. Ook hieruit blijkt dat Den Haag de Pilot Harlingen en de stichting niet serieus neemt.“
Schadefonds
De stichting vindt dat Frisia een substantieel schadefonds moet oprichten, dat geheel onafhankelijk van Frisia functioneert. Alleen dat geeft omwonenden zekerheid van betaling in het geval van vastgestelde schade. Hiernaast vindt de stichting het onbegrijpelijk dat de staatssecretaris Frisia niet verplicht de burgers via een Omgevingsfonds te laten meedelen in de waarde van de Nederlandse bodemschatten. “Voor een veilige, maatschappelijk verantwoorde en gedragen verdere zoutwinning bij Harlingen moet het echt anders en beter dan nu in Den Haag op papier is gezet.”








