En dat ging niet zonder spanning. De laatste keer dat ze hier schaatste was in 2020 en dan knaagt toch de vraag: kan ik het nog?
De tocht bestond uit rondes van 12 kilometer. In totaal betekende dat zestien rondes, samen goed voor 200 kilometer schaatsen. De start vond plaats in het donker. Een bijzonder schouwspel, met al die lampjes op de helmen die als een zwerm vuurvliegjes over het ijs bewogen.
Het ijs was over het algemeen goed, maar verraderlijk door de vele scheuren. Dat zorgde voor flink wat valpartijen onderweg. Tineke bleef gelukkig overeind, al zat haar schaats een paar keer vast in een scheur en was een valpartij dichtbij.
De rondes verliepen sterk, vooral de eerste 140 kilometer gingen opvallend goed. Met een temperatuur van min 8 graden en een stralende zon waren de omstandigheden bijna perfect. Het ijs, de bergen, het licht… het voelde als een sprookje op schaatsen.
Na verloop van tijd begon het aftellen richting de 200 kilometer. Daar laat het lichaam zich voelen en wordt het mentale deel minstens zo belangrijk. Elke ronde werd er even gegeten of gedronken: een banaan, wat drinken, of een stukje krentenbrood met kaas. Goed luisteren naar het lichaam en precies de juiste balans vinden tussen genoeg en niet te veel eten bleek cruciaal.
Na tien uur schaatsen kwam Tineke over de finish. Moe, maar vooral ongelooflijk trots op haar prestatie. Een ijzersterke tocht, met als logisch vervolg: op naar het blarenbal!








