Afvalverwerkingsbedrijf Omrin heeft bij de provincie Fryslân een omgevingsvergunning aangevraagd voor de vestiging van een digestaatdrooginstallatie (DDI) op de Industriehaven in Harlingen. De vergunning moet bij de provincie worden aangevraagd, omdat het om een groot industrieel bedrijf gaat dat een aanzienlijke invloed op het milieu kan hebben. Ook de gemeenteraad van Harlingen moet instemmen met de vestiging van deze installatie, omdat de aanvraag in strijd is met het (tijdelijke) omgevingsplan voor de Industriehaven. Het gaat namelijk om een niet-zeehavengebonden activiteit.
Naast dit punt werd de raad ook gevraagd in te stemmen met een perceelruil tussen Port of Harlingen (POH) en Omrin. Voor de fractie van D66 waren dit (grondruil en niet-zeehavengebonden activiteit) echter niet de punten van zorg. D66 vindt dat de gemeente haar inwoners - en het milieu in het algemeen - moet beschermen tegen mogelijke gezondheidsrisico’s die een dergelijke installatie met zich mee kan brengen. Er bestaan onder andere zorgen over mogelijke PFAS-emissies, stoffen die schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu.
De raadsfractie van D66 heeft daarom ToxicoWatch Foundation gevraagd de beschikbare stukken te beoordelen. Naar aanleiding van deze beoordeling heeft ToxicoWatch zelf een zienswijze opgesteld als reactie op de voorliggende plannen. Uit deze zienswijze blijkt dat de stukken onvoldoende informatie bevatten over de mogelijke gevolgen van de DDI voor mens en milieu.
Dit was een van de redenen dat de gemeenteraad op 4 maart unaniem heeft besloten het agendapunt van de agenda te halen en eerst een expertmeeting te organiseren. Pas daarna zal de raad een besluit nemen over het al dan niet toestaan van deze activiteit op de Industriehaven.
Wordt vervolgd.









